maandag 22 augustus 2016

8 augustus 1945: De grootste Terreuraanslag van de menselijke geschiedenis

Meer dan 200.000 onschuldige burgers vonden een afschuwelijke dood nadat Amerikaanse bommenwerpers twee atoombommen gooiden op de Japanse steden Nagasaki en Hiroshima op 6 en 8 augustus 1945. De vele duizenden die het nucleaire inferno wisten te overleven waren voor het leven getekend door afschuwelijke brandwonden en misvormingen. Deze verschrikkelijke daad van terreur - uitgevoerd in de naam van democratie - benadrukt het barbarisme van de kapitalistische-imperialistische wereldorde! De atoombom introduceerde een nieuw soort hel. Dat deden de Amerikaanse bommentapijten op burgers in Tokio enkele maanden eerder eveneens. Meer dan 100.000 onschuldige burgers kwamen hierdoor om het leven. De Amerikaanse gruwelijkheden tegen de Japanse burgerbevolking werd voorbereid door virulente racistische propaganda, waarin het Japanse volk systematisch werd ontmenselijkt.


Het bezoek van Barack Obama in mei dit jaar was het eerste bezoek van een zittende President aan het rampgebied. In zijn toespraak maakte hij echter duidelijk dat hij niet de moeite zou nemen excuses aan te bieden voor deze misdaad tegen de menselijkheid. Op hooghartige toon benadrukte hij dat landen met gigantische voorraden nucleaire wapens, zoals de VS, "de moed moeten hebben om van de logica van de angst te ontsnappen en een wereld zonder nucleaire wapens moeten nastreven." Lege woorden van een President die enkele maanden eerder nog een plan in werking zette om het Amerikaanse nucleaire arsenaal te moderniseren, met een kostenplaatje van 1 miljard dollar.

Hypocriete schijnvertoning van President Obama in Hiroshima

Het bezoek van Obama aan Hiroshima was onderdeel van een grote leugen. In de Amerikaanse media herhaalde hij de bedrieglijke lijn dat de atoombom nodig was om Japan haar overgave in de oorlog af te dwingen. Feitelijk was Japan echter al zo goed als verslagen op het moment dat President Truman werd ingelicht over het succes van de test met de atoombom in Alamogordo, New Mexico. Hij was toen in Potsdam, Duitsland, met Winston Churchill en Sovjet leider J. W. Stalin, om te spreken over de herverdeling van Europa na de overgave van Nationaal-Socialistisch Duitsland. Met Sovjet troepen die half Europa hadden bezet en die het voornemen hadden deel te nemen aan de strijd tegen Japan, waren de atoombommen vooral een duidelijke boodschap naar Moskou dat het Amerikaanse imperialisme wereldheerschappij na streefde en hierbij geen concurrentie zou dulden.

De atoombommen laten een ongekende verwoesting achter 

Dwight D. Eisenhower, de opperbevelhebber van de geallieerde strijdmachten in West-Europa, gaf tijdens een interview in 1963 toe dat Japan al bereid was om zich over te geven. Via gedecodeerde berichten was Washington al lang op de hoogte van de plannen van Japan om tot een vredesverdrag met de Amerikanen te komen. De VS drong echter bewust aan op een onvoorwaardelijke overgave, zodat ze ervan verzekerd waren dat Japan zich niet zou overgeven totdat de atoombommen werden geworpen. Als reactie op de nucleaire dreiging van het Amerikaans imperialisme, begon Moskou met succes haar eigen nucleaire arsenaal te ontwikkelen. Gedurende decennia hielp dit Sovjet arsenaal de hand van het Amerikaanse imperialisme te beteugelen. Echter, na de ineenstorting van de Sovjet Unie zagen de arrogante Amerikaanse heersers geen enkele obstructie meer voor hun streven naar complete wereldheerschappij.

Overlevenden blijven hun leven lang verminkt - generaties lang worden er misvormde kinderen geboren als gevolg van de nucleaire fall out

Het is duidelijk dat het Amerikaanse imperialisme nog altijd de grootste terrorist en massamoordenaar is. Tegenover de terreurcampagnes die Washington op de wereld heeft losgelaten lijken de militanten van bijvoorbeeld de Islamitische Staat koorknapen!

vrijdag 12 augustus 2016

Repressie in Europa: Welke 'Rechtstaat'!?

Maar liefst 30 Europese inlichtingendiensten komen één keer per maand op een geheime locatie bijeen in Nederland. Initiatiefnemer hiervan is de AIVD, die momenteel het voorzitterschap geniet binnen de 'Counter Terrorism Group' - de voortzetting van de 'Club de Berne'.

Na iedere aanslag op Europees grondgebied wordt de repressie alsmaar verder opgevoerd. Voorloper in deze ontwikkeling is onmiskenbaar Frankrijk dat al lange tijd een van de strengste 'antiterreur' wetgevingen van Europa heeft. Het land kent dan ook een lange traditie van het preventief opsluiten van vermeende 'radicalen', waarbij verdachten soms wel tot vier jaar moesten wachten, alvorens hun zaak achter gesloten deuren behandeld werd. Sinds de aanslagen bij Charlie Hebdo, de Bataclan en recent nog in Nice, heeft de Franse staat haar repressieve bevoegdheden nog verder uitgebreid en de zgn. rechtstaat definitief in de koelkast gezet. Zo heeft de Minister van Binnenlandse Zaken momenteel de bevoegdheid om zonder tussenkomst of controle van de rechterlijke macht, verdachten onder huisarrest te plaatsen, huiszoekingen te laten verrichten, de avondklok in te stellen en publieke gelegenheden te sluiten. In de drie maanden na de aanslagen in Bataclan werden er in Frankrijk maar liefst 3289 huiszoekingen verricht, waar bij slechts 28 gevallen aanwijzingen werden gevonden voor enige betrokkenheid bij terroristische activiteiten.

President Hollande inspecteert zijn moordcommando's 

Duitsland kent in veel opzichten een wat 'politiek-correcter' beleid. Tot op heden heeft de Duitse regering afgezien van de harde Franse maatregelen. Het land kent echter wel al een reeks strenge repressieve wetten die ingezet kunnen worden tegen 'radicale' organisaties. Zogeheten 'onverdraagzame organisaties', zelfs als deze niet expliciet tot geweld oproepen, kunnen rekenen op een verbod. Zo werden enige tijd geleden de Moslimbroederschap en enkele andere Salafistische organisaties op deze gronden ('onverdraagzaamheid') nog verboden. Anderzijds gebruikt de Duitse staat precies dezelfde wetgevingen om aan de lopende band radicaal-nationalistische organisaties te verbieden. Recent nog vonden er meer dan 60 huiszoekingen plaats bij mensen die zich op sociale media kritisch hadden uitgelaten over het Duitse asielbeleid. In buurland Oostenrijk zien we vergelijkbare ontwikkelingen. Daar werd juli j.l. Mirsad Omerovic, een Bosnische moslim, nog veroordeeld tot maar liefst 20 jaar (!) wegens "het ronselen voor de jihad."

Duitse anti-terreur eenheid valt Moskee binnen 

De meeste van deze repressieve wetten worden bewust vaag geformuleerd, zodat deze zo ruim mogelijk geïnterpreteerd kunnen worden. Misbruik ligt dus op de loer. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er steeds meer situaties bekend worden waarbij de zgn. 'anti-terreur' wetgevingen worden toegepast voor geheel andere zaken, zoals bijvoorbeeld bij politieke oppositie tegen de gevestigde burgerlijke orde. Zo werden vorig jaar november tijdens de VN-klimaatconferentie in Frankrijk verschillende activisten onder huisarrest geplaatst. Afgelopen mei gebruikte de Franse staat wederom haar repressieve bevoegdheden om vermeende 'radicale' activisten er van te weerhouden om deel te nemen aan de protesten tegen haar omstreden arbeiderswet (de Loi El Khomri/Loi Travial - zie elders op dit blog).


Gewapende marechaussee patrouilleren op Schiphol  

De nieuwe repressieve 'anti-terreur' wetgeving zorgt er voor dat alle waarborgen tegen de schending van mensenrechten komen te vervallen. Zonder enige tussenkomst van de rechter worden talloze mensen op basis van roddels preventief gearresteerd, onder huisarrest geplaatst en/of lang vastgehouden in detentie. De allerlaatste resten van de burgerlijke 'rechtstaat' lijken hiermee definitief achter de horizon te verdwijnen. Ook Nederland lijkt er niet aan te ontkomen. De druk op het Nederlandse 'antiterreur' beleid wordt met iedere aanslag in Europa groter. Nederland kent al de nodige repressieve wetten en bevoegdheden, al gaan deze wellicht nog niet zo ver als in Frankrijk en Duitsland. Echter, zodra er op Nederlands grondgebied een aanslag gepleegd wordt, zullen deze zware repressieve maatregelen ook hier maar al te snel hun intrede doen. Wees gewaarschuwd!

donderdag 11 augustus 2016

Werner Lass en Karl-Otto Paetel: Twee Duitse Nationaal-Bolsjewisten

Minder bekend dan Ernst Niekisch zijn Werner Lass en Karl-Otto Paetel, twee atypische vertegenwoordigers van het Nationaal-Bolsjewististische gedachtegoed. Louis Dupeux omschreef hen ook wel als de meest fascinerende stroming binnen de Conservatieve Revolutie.


In het hart van de Bündische Jeugd

Werner Lass werd op 20 mei 1902 geboren in Berlijn en was van 1916 tot 1920 lid van de Wandervogel. In 1923 werd hij verkozen als hoofd van de Bund Sturmvolk, waarvan een deel zich in 1926 aansloot bij de Schilljugend van de bekende Freikorps leider Gehrardt Rossbach. In 1927 scheidde Lass zich hier van af om de Freischar Schill op te richtten, een Bündische groep waarvan Ernst Jünger al snel de mentor werd en welke de 'strijd voor de grenzen', wandeltochten en militaire training tot haar belangrijkste activiteiten rekende.

Van oktober 1927 tot en met maart 1928 gaven Lass en Jünger gezamenlijk invulling aan het tijdschrift 'Der Vormarsch' dat in juni 1917 werd uitgegeven door een andere belangrijke Freikorps leider: Kapitein Ehrhardt. In zijn streven om de beperkte grenzen van de jeugdbeweging te doorbreken, stichtte hij de Wehrjugendbewegung. Volgens hem moest deze beweging "de hardheid van de frontsoldaten verbinden met de sterke prestaties en diepte van de jeugdbeweging, teneinde een nieuw type mens te creëren."

In augustus 1928 nam de Freischar Schill deel aan het Wereld Congres van Jeugdorganisaties in Ommen, Nederland. Lass maakte hier een grote impact door te protesteren tegen de 'kolonisering' van Duitsland en door de visums van Russische gedelegeerden te weigeren. Hetzelfde jaar nog werd hij gevangen gezet omdat hij beschuldigd werd van deelname aan de boerenopstand van Claus Heim, die Schleswig-Holstein deed opschrikken. Zijn beweging werd in veel steden verboden.

In 1919 begon de Freischar Schill te onderhandelen met de NSDAP. Deze onderhandelingen faalde echter al snel als gevolg van de exorbitante pretenties van de Hitlerjugend. In september 1929 richtte Lass een liga op met de Bund der Eidgenossen, welke al snel een Nationaal-Bolsjewistische positie adopteerde.

Bündische Jeugdbeweging

Die Kommenden en de Sociaal-Revolutionaire Nationalisten

Enkele maanden later in januari 1930 namen Werner Lass en Jünger het leiderschap over van de 'Die Kommenden'. Deze krant had een grote invloed op bijna alle Bündische jeugd. Lass schreef hier regelmatig artikelen voor.

Het was hier waar hij een ander belangrijk spilfiguur van het Nationaal-Bolsjewistische gedachtegoed tegen kwam: Karl-Otto Paetel. Paetel was ook in Berlijn geboren, op 23 november 1906. Net als Lass begon hij zijn carrière binnen de rangen van de Bündische jeugd, bij de Deutsche Freischar en de Bund der Kongener. Omdat hij uit een laag milieu kwam, was hij gedwongen zijn studie te beëindigen nadat zijn beurs werd ingetrokken als gevolg van een deelname aan protesten tegen het Young-Plan. Door zijn onmiskenbare rebelse geest werd hij ook uitgesloten uit de Deutsche Freischar in 1930, nadat hij in een artikel Hindenburg beledigd had.

Van 1928 tot 1930 verbond Karl-Otto Paetel, als directeur van het blad 'Das Junge Volk', de strijd voor nationale bevrijding aan de klassenstrijd. Zo schreef hij in 1929: "Alles voor de natie! ... de woorden van August Winnig, die stellen dat de bevrijdingsstrijd van de natie de strijd van de Duitse arbeider moet zijn, kunnen slechts tot een enkele conclusie leiden: het erkennen van de klassenstrijd als een feit en deze te strijden is in het belang van het gehele volk ... het te dragen als de weg voor een overwinning van het nationalisme."

In 1930 kreeg Paetel het leiderschap over Die Kommenden aangeboden door Lass en Jünger. In een artikel dat in het eerste deel van 1930 gepubliceerd werd, riep hij op "om er de woordvoerder voor alle nieuwe impulsen en gedachten van te maken die overal in de Duitse jeugd leefden, voor alle revolutionaire stromingen naar vernieuwing" en om "het blaffen van liberalen en de reactie die we als onze eeuwige vijanden erkennen" af te wijzen. Hij wilde de lijn van het Revolutionaire Nationalisme in dit blad uiteen zetten: "Wij claimen het gevecht tegen het systeem van kapitalistische uitbuiting, welke altijd de integratie van het Duitse proletariaat in het ensemble van het Duitse lot, op het interieur en exterieur van de Duitse ruimte, heeft proberen te voorkomen."

Enkele maanden later, eind mei 1930, richtte hij de 'Gruppe Sozialrevolutionarër Nationalisten' op. In een serie artikels in de editie van 27 juni 1930 werd er een manifest uiteen gezet voor het GSRN. Volgens Paetel is "de betekenis van de algehele economie enkel en alleen om in de behoeftes van de naties te voorzien en dus niet in rijkdom en winst." Er werd opgeroepen tot een "wereldwijde revolutie" en men zag het Bolsjewisme als een beweging van nationale bevrijding. Daarom streefde de GSRN een bondgenootschap met de USSR na, om de slavernij die opgelegd werd door de Westerse naties te breken: "Wij, sociaal-revolutionaire nationalisten, hebben een bondgenootschap met de Sovjet Unie nodig. Wij zien in alle onderdrukte volkeren, ongeacht tot welk ras zij behoren, onze natuurlijke bondgenoten."


Nationaal-Bolsjewisme en Nationaal-Socialisme

In de zomer van 1930 werd Paetel ontslagen bij Die Kommenden door de voorstanders van een meer klassiek nationalisme. In 1931 begon hij met de publicatie van Die Sozialistische Nation, een Nationaal-Revolutionair blad dat de klassenstrijd, een collaboratie met de KPD en de oprichting van "het Duitsland der raden" bepleitte. Het presenteerde zichzelf als de "niet-Marxistische, niet-materialistische sector van het socialistische front." Op zijn beurt publiceerde Lass in september 1932 een nieuw blad, Der Umsturz dat het Nationaal-Bolsjewistische orgaan moest worden voor "radicale nationalisten, socialistische radicalen en revolutionaire activisten van alle stromingen." Hierin stond te lezen dat: "Bolsjewisme werd voorgesteld als de kern van al hetgeen dat destructief en desintegrerend was. Dan is het waar dat wij Nationaal-Bolsjewisten zijn, omdat de weg van de natie enkel kan voortkomen uit creatieve destructie."

De Nationaal-Bolsjewistische oriëntatie leek te worden bevestigd door de gebeurtenissen in de jaren 1930-1931, met de afsplitsing van de linkervleugel van de NSDAP enerzijds, en het nationale beleid van de KPD anderzijds. De Nationaal-Bolsjewisten vonden dat de NSDAP van Hitler was verburgerlijkt. Daarom schreef Lass in 1931: "Vandaag de dag kan de overtuigde nationalist van de NSDAP enkel de taak krijgen om de grote massa van de bourgeoisie te radicaliseren en deel te nemen aan de nationale desintegratie. Niets meer." Op 4 juli 1930 verliet Otto Strasser de NSDAP om de Strijdbond voor Revolutionaire Socialisten op te richtten. Echter, al snel kwamen er ook kritieken van de Nationaal-Bolsjewisten op de Strasseristische thesis, waarin zijn "socialisme tot 49%" en zijn terughoudendheid met betrekking tot een Russisch bondgenootschap sterk werden bekritiseerd.

Hiermee werd kloof tussen de Nationaal-Bolsjewisten en Nationaal-Socialistisch links groter. De hoop werd vooral gezet op de evolutie van de KPD. In augustus 1930 publiceerde het centrale orgaan van de KPD: Die Rote Fahne; het "Programma voor de Nationale en Sociale bevrijding van het Duitse Volk" dat veel aandacht besteedde aan het nationale vraagstuk. Door de communisten werd het gebruikt om de middenklasse te radicaliseren, door middel van een nationalistische argumentatie die een beroep doet op een "alliantie van alle werkende klassen" tegen de kapitalistische bezitters. Deze strategie leek over te slaan van het communistische kamp, naar het nationalistische kamp. Als reactie op deze Nationaal-Bolsjewistische lijn binnen de KPD, verdubbelde Paetel de debatten met communisten en gaf hij zelfs lezingen op hun bijeenkomsten. In 1932 riep hij op om op de communistische kandidaat Thaelmann te stemmen. Een jaar later, in 1933, publiceerde hij het Nationaal-Bolsjewistisch Manifest. De eerste edities werden op 29 januari geprint en verspreid tijdens de nacht dat Hitler aan de macht kwam.


Werner Lass werd in maart 1933 gearresteerd voor de opslag van explosieven en gevangen gezet. Nadat Freischar Schill en de Bund der Eidgenossen werden verboden, werd Lass lid van de Hitlerjugend, waarmee hij een uniek geval is onder alle Nationaal-Bolsjewistische leiders. In 1934 werd hij alsnog het land uitgezet. Paetel daarentegen zou nog vele keren worden gevangen gezet na de machtsovername door Hitler, alvorens hij in 1935 vluchtte naar Praag en van daaruit naar Scandinavië.

Vertaald van: Edouard Rix – Réfléchir & Agir – Zomer 2008, No. 29 _ Met dank aan InstituteNR

maandag 25 juli 2016

Mislukte Staatsgreep in Turkije


Op 15 juli probeerden delen van het Turkse leger een coup d'état te plegen tegen het regime van President Recep Tayyip Erdogan (AKP) in een poging om wederom een reactionaire militaire dictatuur in Turkije te vestigen. In Istanboel, Ankara en andere grote Turkse steden werden militaire blokkades opgeworpen en werd er een avondklok ingesteld. Opstandige militaire eenheden namen de staatstelevisie over, belegerden het presidentieel paleis, het parlement en kondigden aan de macht in het land over genomen te hebben.

President Erdogan die op dat moment vermoedelijk in Marmaris verbleef, riep via een Skype bericht zijn volk op om de coupplegers tot stoppen te dwingen. Massaal werd er gehoor gegeven aan zijn oproep. Vele duizenden woedende APK-aanhangers gingen uit protest de straten op om het leger te confronteren. Onder andere op de Bosporus-brug in Istanboel kwam het tot een grote confrontatie waarbij de coupplegers met scherp op de manifestanten schoten. Ordetroepen en legereenheden die trouw aan het regime waren gebleven zetten de tegenaanval in. In de vroege ochtend leek het gevaar van een staatsgreep geweken. Het dodental lag tegen die tijd op zo'n 265 doden en duizenden gewonden.

APK aanhangers bestormen massaal de coupplegers

Binnen het Turkse leger - met name onder de kolonels - heerste er al enige tijd ontevredenheid over het beleid van Erdogan. In de ogen van sommige officieren faalt Erdogan er in om de Koerdische kwestie in het Zuid-Oosten van het land en de terreurgolf die het land teistert te bedwingen. Een ander punt van kritiek is zijn beleid inzake Syrië en zijn terughoudendheid om een 'safe haven' aan de Turkse grens te creëren.

Het Turkse regime beschouwt Imam Fetullah Gülen als het brein achter deze coup. Hoewel Gülen in 1999 naar de Verenigde Staten vertrok, waren hij en Erdogan tot 2013 nog bondgenoten. Ze werkten samen om van de Kemalisten in het leger en in de civiele bureaucratie af te komen door middel van verschillende zuiveringen. In 2012 ontstond er een conflict tussen Erdogan en Gülen, die een grotere macht naar zich toe wilde trekken, wat één jaar later in 2013 zou leiden tot een breuk.


Vanuit Amerika voert Gülen nog steeds de Gülen beweging in Turkije aan, die als een clandestiene parallelle staat opereert dankzij haar diepe infiltratie in het staatsapparaat. Hoewel Gülen officieel alle betrokkenheid bij de coup d'état ontkent, vormden pro-Gülen officieren wel degelijk de ruggengraat van deze operatie. De betrokkenheid van Washington is een punt van speculatie, maar het is in ieder geval duidelijk dat de Amerikaanse inlichtingendiensten voorkennis moeten hebben gehad over de coup. Dit lijkt dan ook een nieuwe episode in de alsmaar verder verslechterende betrekkingen tussen het Westerse imperialisme en hun Turkse NAVO-bondgenoot.

Erdogan en Gülen in 'betere tijden'

Erdogan is geen revolutionair of een anti-imperialist - tijdens zijn politieke carrière heeft hij maar al te vaak de belangen gediend van het NAVO-imperialisme en de internationale monopolies. Erdogan is een bourgeois politicus en in niets verschillend van de coupplegers die zijn regime omver wilden werpen. Het is dus duidelijk dat de coup en de krachten die erachter zitten geenszins de belangen van het proletariaat vertegenwoordigen. Eveneens is de onderdrukking van deze coup door de AKP evenmin een overwinning voor de arbeidersklasse. De arbeiders hebben niets te winnen bij deze kapitalistische oorlog en dus dienen ze de positie in te nemen van het revolutionair defaitisme.


Het mag echter duidelijk zijn dat de destabilisering van Turkije en de verslechterende relatie met het Westen een klap voor het NAVO-imperialisme is, dat op langere termijn potentieel revolutionaire perspectieven zou kunnen bieden. Binnen deze situatie kan een onafhankelijke revolutionaire kracht wellicht de balans van macht binnen het land gebruiken en veranderen door het proletariaat te mobiliseren tijdens de coups of de reactionaire campagnes die er op volgen. We zullen de situatie in Turkije dan ook nauwlettend blijven volgen.

APK symthatisanten bezetten massaal het Taksimplein en andere Turkse pleinen om hun loyaliteit aan 'Basyüce' Erdogan te betuigen

zondag 24 juli 2016

17 September 2016: Stop TTIP & CETA!



Op 17 september wordt er in verschillende Duitse steden geprotesteerd tegen de TTIP & CETA. De TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership) is een handelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten met als doel een gezamenlijke vrije markt te realiseren. Het voornaamste onderwerp van gesprek tijdens de onderhandelingen is het terugdringen van handelsbarrières, deze betreffen voornamelijk de uiteenlopende regelgeving tussen de VS en de EU die via dit verdrag gelijk getrokken zullen worden. Het CETA (Comprehensive Economic and Trade Agreement) is een vergelijkbaar verdrag echter dan tussen Europa en Canada. De TTIP & CETA zijn verdragen die enkel gericht zijn op de belangen van multinationale corporaties en zal vergaande gevolgen hebben voor de werkende massa's.

Dat dit verdrag het daglicht niet kan verdragen wordt nog eens benadrukt doordat de onderhandelingen geheel achter gesloten deuren en in achterkamertjes plaats vinden. Bijna niemand weet precies wat er nu exact in staat, behalve de onderhandelaars zelf, een select groepje politici en bedrijfslobbyisten die mogen adviseren hoe hun eigen belangen het best gediend kunnen worden. Europarlementariërs kunnen de TTIP-documenten uitsluitend in gereserveerde leesruimtes in Brussel doorbladeren, met vele honderden pagina’s vol technische inhoud die slechts in een erg kort tijdsbestek ingezien kunnen worden. Aantekeningen en kopieën mogen niet gemaakt worden, ook mogen zij geen mobiele telefoons, dictafoons en dergelijke mee naar binnen nemen. De concrete inhoud van het verdrag is en blijft dus onbekend (- Wikileaks gelekte stukken daargelaten).

Reden genoeg voor vakbonden, ngo’s, sociale bewegingen, milieuorganisaties en antiglobalisten om zich ernstige zorgen te maken en een anti-TTIP-coalitie te vormen. Vakbonden vrezen een verregaande afbraak van de sociale verworvenheden en rechten van de arbeidersklasse. Klein en middenbedrijven vrezen oneerlijke concurrentie van grote monopolies. Milieuorganisaties vrezen een versoepeling van voedselveiligheid en een verslechtering van het milieu en van het dierenwelzijn. Ongeacht dat de exacte inhoud van het verdrag nog onbekend is, kan het inmiddels aangenomen geworden dat al deze zorgen volkomen gegrond zijn, zoals eerdere grote vrijhandelsverdragen, bijvoorbeeld NAFTA, al aangetoond hebben. Ook zal het beruchte ISDS-systeem er komen; een arbitragemechanisme dat het megacorporaties toestaat om nationale overheden te kunnen aanklagen bij onenigheden over hun bedrijfsvoering door nieuwe wetgevingen (zoals investeringen die scheef lopen).

Econoom Jeronim Capaldo van de International Labour Organisation kwam in januari vorig jaar al met tegenargumenten op die van TTIP-voorstanders. Volgens Capaldo zal de economie van de EU niet met 5% groeien, wat voorstanders beweren. In tegendeel juist! Deze zal dalen met 0,1%, evenals dat de export daalt met 0,5 %. Ook de beloofde groei van 1,3 miljoen banen moet herzien worden. Er zullen juist meer dan 600.000 werklozen bij komen. Voor- en tegenstanders in dit debat gaan er beiden van uit dat de VS in dit verdrag bedrijven dwingt te reorganiseren of ze dwingt elkaar kapot te concurreren. Volgens voorstanders komen de verliezende bedrijven er wel bovenop met meer banen, maar het tegenovergestelde scenario is een stuk aannemelijker. Daarover kan Mexico meepraten: Sinds het NAFTA-handelsverdrag (tussen de VS, Canada en Mexico) is er geen economische groei gekomen en gingen er juist meer banen verloren dan ooit te voren. Omdat door dit verdrag ook de import uit de VS zal stijgen en de EU-economie minder hard zal groeien, gaat dat eveneens ten koste van de Europese productie (en dus de sociale verworvenheden).

Het ACN/AKN roept dan ook om gehoor te geven aan de oproep van het AKK om zelfstandig deel te nemen aan de protesten op 17 september! Niet om de kleinburgerlijke eisen van ondernemers van het MKB te steunen in het behoud van hun lokale markten, noch om de reformistische eisen van de systeem vakbonden of de burgerlijke democratie te beschermen, maar om vanuit de basis de anti-kapitalistische krachten te verenigen in een strijd tegen de kapitalistische onderdrukking. Alleen de omverwerping van het kapitalisme kan een verbetering brengen. Enkel de socialistische revolutie kan de maatschappij in staat te stellen haar weg vooruit naar een werkelijke volksgemeenschap voort te zetten, waarin alle menselijke behoeften volledig worden bevredigd. En dat vergt een harde strijd – klasse tegen klasse!


VERZET EN PROTEST AANWAKKEREN!

TOT ZIENS AAN HET FRONT!